. Snelheid, beweging en vooruitgang hebben een dusdanig ontembaar karakter dat de ratio er geen vat op heeft.
Naar: Verleidingkracht van snelheid, Hans Achterhuis, De Volkskrant van 11 december 1988 (Cicero)
Verscheidene hedendaagse filosofen (Virilio, Sloterdijk en Sachs) zien snelheid en versnelling als zelfstandige factoren. De wereld slaat door deze irrationele verleidingskrachten op hol.
Snelheid, beweging, vooruitgang, “de” ratio, op hol.
Wat ik in het algemeen tegen Mayanda’s stellingen heb – an sich natuurlijk best leuk – is de vaagheid ervan, wat gauw leidt tot oeverloos geouwehoer.
Wij leven kort, dus is snelheid wel prettig: niemand vindt wachten leuk.
Vooruitgang, dat is mèèr keuze, meer comfort, meer communicatiemogelijkheid, verbetering gezondheidszorg, enz.
Natuurlijk heeft alles – ook vooruitgang – een prijs. Zo erger ik me aan de hetze die VVD in combinatie met Telegraaf voert tegen de ondertunneling van de HSL in het groene hart van de Randstad. “Een paar miljard voor een paar koeien” noemen ze dat. Maar dat beetje Groene Hart dat er nog is, zou juist met hand en tand verdedigd moeten worden. Want wat is geld, vergeleken bij rust, schoonheid?
Hoezo heeft de ratio geen vat op tijd? En het uurwerk dan? De jaartelling? (Misschien mag ik even toevoegen dat de zgn. millenniumproblematiek niets verandert aan het feit dat de XIXste eeuw begint op 1 januari 2001, en geen dag eerder.)
Alleen het NU bestaat echt, zegt Andrea. Tout le reste, is literatuur.
Dit waarde-oordeel kan ik niet alleen niet delen, ik vind het ook onbegrijpelijk. Hoe kan iemand de waarde van bijv. de tijdmeting niet van het allergrootste belang achten? Dat kan toch alleen als men een georganiseerde samenleving verwerpt. (Stel je voor: in het Hollandse klimaat!)
Gelukkig zijn wij geen redeloze wezens, die alleen in het NU leven, zoals dieren. Wij mensen hebben ROOTS; we hebben een geschiedenis, een verleden dat waard is beleefd en gecultiveerd te worden. Het moet zelfs met hand en tand verdedigd worden tegen de cultuurbarbaren. Dit zijn een paar van mijn waarde-oordelen.
Verder leven wij ook in het besef van een toekomst. Wij willen een betere wereld scheppen, veiliger, schoner, enzenz. En dat gaat niet vanzelf: scheppen gaat nog altijd van AU!
Tenslotte: ├⌐├⌐n concreet voorbeeld. De druk van de millenniumproblematiek. Die houdt – op dit moment, reeds NU – heel wat mensen bezig, wereldwijd!
Eindige ik met het woord van de dichter:
Wat verschijne,
wat verdwijne,
’t Hangt niet aan een los geval.
In ’t voorleden
ligt het HEDEN;
In ’t NU, wat worden zal.
Kijk Edmond, ik snap natuurlijk best waar je het over hebt. Maar volgens mij gaat de stelling (en de hele site) over de filosofische gezichtspunten van leven. De pogingen tot verovering en beheersing van de natuur en andere onzekerheden gaan uit van de illusie dat een mens een individu is dat de wereld naar zijn of haar hand kan zetten. We lopen steeds sneller vast in deze illusie. Maar wij komen niet als ‘ik’ ‘op de wereld’: wij komen uit de wereld voort! De fundamentele eenheid tussen wereld en individu wordt niet meer herkend: we strijden tegen de wereld in plaats van het hier en nu van onze plaats in de wereld te onderzoeken.
Ik zie het zo: voor Andrea is de stelling een open deur. Alleen kan ze niet goed duidelijk maken waarom. Haar taalgebruik roept herinneringen op aan Heidegger, die had het ook over tijd, maar vraag niet hoe. (Sein und Zeit) Filosofen die zo’n moeite hebben met taalgebruik, zouden een ander medium moeten kiezen, bijv. wiskunde, formele logica, po├½zie. Of anders Wittgenstein navolgen: “Wovon man nicht sprechen kann, dar├╝ber muss man schweigen.” Ikzelf vind de stelling enigszins paradoxaal: “ontembaar karakter” ja, “geen vat op” nee. Andrea maakt – op de valreep – ook nog de indruk een doemdenkster te zijn. Zij zal enorm opknappen van de Huizingalezing 1998 door Louise Fresco, gehouden 18 dec. jl. in de Pieterskerk, Leiden. Fresco veegt niet alleen de vloer aan met doemdenkers (“Schaduwdenkers”), ook New Agers – door haar genoemd “Lichtjagers” – zoals Redfield (Celest.belofte), Montignac, prinses Irene) – krijgen een flink pak slaag.
Wat nu, Edmond? Wil je me bekeren? Wittgenstein volgen is me te gemakkelijk en een doemdenker ben ik beslist niet! Ik doe net zo makkelijk mee met de snelheid, beweging en voortuitgang: leve het internet. Alleen: het is wel eens verstandig om ‘stil te staan’ bij de essentie van het ritme van de tijd. En uh: ‘lichtjager’ is ook weer zo’n jachtige term uit het ik-tijdperk…
Je bezwaar tegen “lichtjager” snijdt hout: Fresco spreekt van “lichtzoeker”. Mijn fout. (“De lichtjager” is meen ik een romantitel.) Als je ’t zo vriendelijk vraagt, Andrea, wil ik je best bekeren.
Laten we toch maar beginnen met de lectuur van Fresco’s Huizingalezing: Schaduwdenkers en Lichtzoekers (NRC-supplement; opent nieuwe browser).
Inhoudelijk toch wel erg interessant, met een schitterende uitsmijter aan het slot, een citaatregel uit de Italiaanse roman Il Gattopardo (vert. De Tijgerkat). Zal Mayanda vermoedelijk ook appreci├½ren. Daarna lezen we van Raymond Queneau: Exercises de Style. We doen dat maar in de Nederlandse vertaling, het gaat ons immers om het Nederlands. Die vertaling is geweldig goed gedaan door Rudy Kousbroek, die vele jaren in Parijs gewoond heeft en dus wel een mondje Frans kent. Stijloefeningen, heet het dan, en het is voor een paar gulden te koop in de ramsj (m.n. bij Bruna). Uiteindelijk willen we de vraag oplossen – maar ik wil niet op Mayanda’s stoel gaan zitten – of filosofie in natuurlijke taal wel tot iets leidt. De geweldige ontwikkeling van de wetenschap was in natuurlijke taal NIET mogelijk geweest. Zou de filosofie datzelfde hoge niveau dan zonder formalisering kunnen bereiken??
Reagerend op de Huizingalezing en de discussie hierboven denk ik dat het feit dat mensen zich zorgen maken over de toekomst een uiting is van een nuttige waakhondfunctie. De kans dat er iets ernstig misgaat met de wereld is niet denkbeeldig. Elke nieuwe denkrichting – zowel probleemformulering als oplossing – start associatief; inderdaad zijn het vaak wat ΓÇÿtechno-wereldvreemden’ die het eerst primitief formuleren dat het weer eens mis dreigt te gaan met de wereld en omstreken. Alert reageren van technisch geschoolden is nuttig en nodig: leve de toegepaste wetenschap. Materi├½le vooruitgang is in die context noodzakelijk om te overleven.
Dat wereldvreemden zich terugtrekken om het licht te zoeken moeten zij zelf weten. Sommigen – velen – lopen er als kuddedieren achter zo’n lantaarn-opsteker aan (Redfield en andere geldgoeroes) die op versimpelde wijze verlichting beloven voor de complete groep volgelingen plus de binnenkort bekeerde rest van de wereldbevolking. Met name dit dwingende karakter werkt volledig contraproductief. Het spreekwoord ΓÇÿzoekt en gij zult vinden’ gaat niet zo maar op voor spirituele zaken. Maar paradoxaal genoeg levert ΓÇÿniet-zoeken’ ook niets op in die richting! Wittgensteins zwijgen lijkt dan ook de enige optie. Toch hebben vele grote denkers hun gedachten op papier gezet voor mensen die wel willen leren zonder meteen te gaan discussi├½ren. Discussi├½ren betekent feitelijk jezelf verdedigen tegen andere denkbeelden, in plaats van je ervoor openstellen. En waarom verdedigen? Om je eigen identiteit te bevestigen? Dan komen we toch terug bij de basisvraag van Andrea: ΓÇÿWat is jouw plaats in de wereld?’ Een poging tot een antwoord daarop heb ik nog niet gezien. Het doel van deze pagina’s is om daar SAMEN over te denken. En dat hoeft echt niet in een idyllische wereld. Sterker nog: niets hoeft op dit gebied.
Goed, ik neem de uitdaging aan. Ik denk dat de grootste fout is om je als persoon onafhankelijk te zien van de wereld om je heen. Net als de scheiding tussen lichaam en geest, materie en energie, voor- en achterkant van een munt onnatuurlijk is, moet je een mens, laat staan een ego, ook niet loskoppelen van de omgeving (inclusief andere mensen). Het gaat er dan om dat je zo’n verband niet alleen verstandelijk pakt, maar het ook als zodanig leert ervaren.
Wat ik niet geloof, of (door Andrea/ Mayanda) van overtuigd ben, is dat “de ratio geen vat” heeft op snelheid, beweging, vooruitgang. Dat is toch het uitgangspunt: de stelling. Blijven we nu bij deze stelling, of gaan we “de brede baan” op?
Beste aardige mensen, even een vraagje… ratio betekent toch verstand? als ‘et zo is dan is nu is het nu best te snappen hoor. maar het heeft te maken met combinatie verstand en bewustzijn en beleving. Heb ik het mooi gezegd? Woorden zijn niet mijn sterkste kant. groet van pippi.
Als deze stelling ergens overgaat, dan wel over de “maakbaarheid” van de wereld. Wij hier in het westen geloven hier natuurlijk sterk in, met op kop de mythe van “the american dream”. Ga echter hierover niet leuteren tegen kartonnen-dozen-bewoner in Calcutta. Die zit zodanig vast in een fatalistische sociale structuur dat hij niet weg kan uit zijn doos. Ik bedoel: elke sociale theorie ontstaat vanuit een bepaalde struktuur en verklaart alleen zichzelf!
Snelheid, beweging, vooruitgang, “de” ratio, op hol.
Wat ik in het algemeen tegen Mayanda’s stellingen heb – an sich natuurlijk best leuk – is de vaagheid ervan, wat gauw leidt tot oeverloos geouwehoer.
Wij leven kort, dus is snelheid wel prettig: niemand vindt wachten leuk.
Vooruitgang, dat is mèèr keuze, meer comfort, meer communicatiemogelijkheid, verbetering gezondheidszorg, enz.
Natuurlijk heeft alles – ook vooruitgang – een prijs. Zo erger ik me aan de hetze die VVD in combinatie met Telegraaf voert tegen de ondertunneling van de HSL in het groene hart van de Randstad. “Een paar miljard voor een paar koeien” noemen ze dat. Maar dat beetje Groene Hart dat er nog is, zou juist met hand en tand verdedigd moeten worden. Want wat is geld, vergeleken bij rust, schoonheid?
Alledrie de grootheden zijn afgeleiden van ’tijd’. En als de ratio ergens geen vat op heeft, is het wel tijd!
Hoezo heeft de ratio geen vat op tijd? En het uurwerk dan? De jaartelling? (Misschien mag ik even toevoegen dat de zgn. millenniumproblematiek niets verandert aan het feit dat de XIXste eeuw begint op 1 januari 2001, en geen dag eerder.)
Alleen het ‘nu’ bestaat echt. Probeer dat maar eens vast te houden! Mocht het je lukken, dan bevestigt dat alleen maar dat tijd zo ongrijpbaar is.
Alleen het NU bestaat echt, zegt Andrea. Tout le reste, is literatuur.
Dit waarde-oordeel kan ik niet alleen niet delen, ik vind het ook onbegrijpelijk. Hoe kan iemand de waarde van bijv. de tijdmeting niet van het allergrootste belang achten? Dat kan toch alleen als men een georganiseerde samenleving verwerpt. (Stel je voor: in het Hollandse klimaat!)
Gelukkig zijn wij geen redeloze wezens, die alleen in het NU leven, zoals dieren. Wij mensen hebben ROOTS; we hebben een geschiedenis, een verleden dat waard is beleefd en gecultiveerd te worden. Het moet zelfs met hand en tand verdedigd worden tegen de cultuurbarbaren. Dit zijn een paar van mijn waarde-oordelen.
Verder leven wij ook in het besef van een toekomst. Wij willen een betere wereld scheppen, veiliger, schoner, enzenz. En dat gaat niet vanzelf: scheppen gaat nog altijd van AU!
Tenslotte: ├⌐├⌐n concreet voorbeeld. De druk van de millenniumproblematiek. Die houdt – op dit moment, reeds NU – heel wat mensen bezig, wereldwijd!
Eindige ik met het woord van de dichter:
Kijk Edmond, ik snap natuurlijk best waar je het over hebt. Maar volgens mij gaat de stelling (en de hele site) over de filosofische gezichtspunten van leven. De pogingen tot verovering en beheersing van de natuur en andere onzekerheden gaan uit van de illusie dat een mens een individu is dat de wereld naar zijn of haar hand kan zetten. We lopen steeds sneller vast in deze illusie. Maar wij komen niet als ‘ik’ ‘op de wereld’: wij komen uit de wereld voort! De fundamentele eenheid tussen wereld en individu wordt niet meer herkend: we strijden tegen de wereld in plaats van het hier en nu van onze plaats in de wereld te onderzoeken.
Ik zie het zo: voor Andrea is de stelling een open deur. Alleen kan ze niet goed duidelijk maken waarom. Haar taalgebruik roept herinneringen op aan Heidegger, die had het ook over tijd, maar vraag niet hoe. (Sein und Zeit) Filosofen die zo’n moeite hebben met taalgebruik, zouden een ander medium moeten kiezen, bijv. wiskunde, formele logica, po├½zie. Of anders Wittgenstein navolgen: “Wovon man nicht sprechen kann, dar├╝ber muss man schweigen.” Ikzelf vind de stelling enigszins paradoxaal: “ontembaar karakter” ja, “geen vat op” nee. Andrea maakt – op de valreep – ook nog de indruk een doemdenkster te zijn. Zij zal enorm opknappen van de Huizingalezing 1998 door Louise Fresco, gehouden 18 dec. jl. in de Pieterskerk, Leiden. Fresco veegt niet alleen de vloer aan met doemdenkers (“Schaduwdenkers”), ook New Agers – door haar genoemd “Lichtjagers” – zoals Redfield (Celest.belofte), Montignac, prinses Irene) – krijgen een flink pak slaag.
Wat nu, Edmond? Wil je me bekeren? Wittgenstein volgen is me te gemakkelijk en een doemdenker ben ik beslist niet! Ik doe net zo makkelijk mee met de snelheid, beweging en voortuitgang: leve het internet. Alleen: het is wel eens verstandig om ‘stil te staan’ bij de essentie van het ritme van de tijd. En uh: ‘lichtjager’ is ook weer zo’n jachtige term uit het ik-tijdperk…
Je bezwaar tegen “lichtjager” snijdt hout: Fresco spreekt van “lichtzoeker”. Mijn fout. (“De lichtjager” is meen ik een romantitel.) Als je ’t zo vriendelijk vraagt, Andrea, wil ik je best bekeren.
Laten we toch maar beginnen met de lectuur van Fresco’s Huizingalezing: Schaduwdenkers en Lichtzoekers (NRC-supplement; opent nieuwe browser).
Inhoudelijk toch wel erg interessant, met een schitterende uitsmijter aan het slot, een citaatregel uit de Italiaanse roman Il Gattopardo (vert. De Tijgerkat). Zal Mayanda vermoedelijk ook appreci├½ren. Daarna lezen we van Raymond Queneau: Exercises de Style. We doen dat maar in de Nederlandse vertaling, het gaat ons immers om het Nederlands. Die vertaling is geweldig goed gedaan door Rudy Kousbroek, die vele jaren in Parijs gewoond heeft en dus wel een mondje Frans kent. Stijloefeningen, heet het dan, en het is voor een paar gulden te koop in de ramsj (m.n. bij Bruna). Uiteindelijk willen we de vraag oplossen – maar ik wil niet op Mayanda’s stoel gaan zitten – of filosofie in natuurlijke taal wel tot iets leidt. De geweldige ontwikkeling van de wetenschap was in natuurlijke taal NIET mogelijk geweest. Zou de filosofie datzelfde hoge niveau dan zonder formalisering kunnen bereiken??
Reagerend op de Huizingalezing en de discussie hierboven denk ik dat het feit dat mensen zich zorgen maken over de toekomst een uiting is van een nuttige waakhondfunctie. De kans dat er iets ernstig misgaat met de wereld is niet denkbeeldig. Elke nieuwe denkrichting – zowel probleemformulering als oplossing – start associatief; inderdaad zijn het vaak wat ΓÇÿtechno-wereldvreemden’ die het eerst primitief formuleren dat het weer eens mis dreigt te gaan met de wereld en omstreken. Alert reageren van technisch geschoolden is nuttig en nodig: leve de toegepaste wetenschap. Materi├½le vooruitgang is in die context noodzakelijk om te overleven.
Dat wereldvreemden zich terugtrekken om het licht te zoeken moeten zij zelf weten. Sommigen – velen – lopen er als kuddedieren achter zo’n lantaarn-opsteker aan (Redfield en andere geldgoeroes) die op versimpelde wijze verlichting beloven voor de complete groep volgelingen plus de binnenkort bekeerde rest van de wereldbevolking. Met name dit dwingende karakter werkt volledig contraproductief. Het spreekwoord ΓÇÿzoekt en gij zult vinden’ gaat niet zo maar op voor spirituele zaken. Maar paradoxaal genoeg levert ΓÇÿniet-zoeken’ ook niets op in die richting! Wittgensteins zwijgen lijkt dan ook de enige optie. Toch hebben vele grote denkers hun gedachten op papier gezet voor mensen die wel willen leren zonder meteen te gaan discussi├½ren. Discussi├½ren betekent feitelijk jezelf verdedigen tegen andere denkbeelden, in plaats van je ervoor openstellen. En waarom verdedigen? Om je eigen identiteit te bevestigen? Dan komen we toch terug bij de basisvraag van Andrea: ΓÇÿWat is jouw plaats in de wereld?’ Een poging tot een antwoord daarop heb ik nog niet gezien. Het doel van deze pagina’s is om daar SAMEN over te denken. En dat hoeft echt niet in een idyllische wereld. Sterker nog: niets hoeft op dit gebied.
Goed, ik neem de uitdaging aan. Ik denk dat de grootste fout is om je als persoon onafhankelijk te zien van de wereld om je heen. Net als de scheiding tussen lichaam en geest, materie en energie, voor- en achterkant van een munt onnatuurlijk is, moet je een mens, laat staan een ego, ook niet loskoppelen van de omgeving (inclusief andere mensen). Het gaat er dan om dat je zo’n verband niet alleen verstandelijk pakt, maar het ook als zodanig leert ervaren.
Wat ik niet geloof, of (door Andrea/ Mayanda) van overtuigd ben, is dat “de ratio geen vat” heeft op snelheid, beweging, vooruitgang. Dat is toch het uitgangspunt: de stelling. Blijven we nu bij deze stelling, of gaan we “de brede baan” op?
Beste aardige mensen, even een vraagje… ratio betekent toch verstand? als ‘et zo is dan is nu is het nu best te snappen hoor. maar het heeft te maken met combinatie verstand en bewustzijn en beleving. Heb ik het mooi gezegd? Woorden zijn niet mijn sterkste kant. groet van pippi.
Trek je kousen op en de wereld in, ik mag jou wel, Pippi.
Als deze stelling ergens overgaat, dan wel over de “maakbaarheid” van de wereld. Wij hier in het westen geloven hier natuurlijk sterk in, met op kop de mythe van “the american dream”. Ga echter hierover niet leuteren tegen kartonnen-dozen-bewoner in Calcutta. Die zit zodanig vast in een fatalistische sociale structuur dat hij niet weg kan uit zijn doos. Ik bedoel: elke sociale theorie ontstaat vanuit een bepaalde struktuur en verklaart alleen zichzelf!