GEK ‘De boekwinkel leek ruim gesorteerd. Ergens achterin stond een vrouw op haar tenen een plank te inspecteren.’ Aldus begint Mayanda, een ‘interactieve filosofische roman’, op Internet gezet door Wouter Looman. Verschijnt in delen. Eerste deel al te lezen. Looman belooft merkwaardige dialogen, gekmakende vragen en – een hele aardige – de mogelijkheid om met personages van gedachten te wisselen.’
Deze tekst (met het kopje) stond in de Volkskrant in de rubriek Site-Seeing.
Omdat de discussiepagina goed gevuld raakte, dacht ik na week 26 na over een vervolg om die discussie levend te houden.
Via de rubriek Stelling van de week verschenen er zes stellingen. Klik erop en je ziet de reacties.
Nieuwe bijdragen blijven mogelijk via het formuliertje onderaan elke pagina.
Voor het verklaren van de evolutie, van atomen tot de huidige mensen, zijn geen Naar Daniel C. Dennett, Darwins gevaarlijke idee, uitgeverij Contact, Amsterdam/Antwerpen 1995 |
Je kunt nooit iets vinden als je het niet al onbewust zoekt. (….) Arnold Cornelis, De logica van het gevoel, Uitgeverij Essence, Amsterdam/Brussel/Middelburg 1997 |
Snelheid, beweging en vooruitgang hebben een dusdanig ontembaar karakter >Naar: Verleidingkracht van snelheid, Hans Achterhuis, De Volkskrant van 11 december 1988 (Cicero) Verscheidene hedendaagse filosofen (Virilio, Sloterdijk en Sachs) zien snelheid en versnelling als zelfstandige factoren. De wereld slaat door deze irrationele verleidingskrachten op hol. |
Paradoxale communicatie (“Wees spontaan”, “Lees dit niet”) heeft een verlammende werking op het handelen en roept frustratie of boosheid op. Tegelijkertijd kan het een vonk zijn naar metacommunicatie of een hoger bewustzijnsniveau. |
andere paranormalicus, moet je het antwoord natuurlijk wel serieus nemen.” Je gelooft erin of je gelooft er niet in. |
Mayanda in hoofdstuk 13 “Ik geloof dat jij met alles wat je doet een bedoeling hebt. Weet je, je hebt me al zoveel verteld waarvan ik nu denk dat er meer achter zat dan ik begrepen heb. Maar ik ben die dingen natuurlijk vergeten.” (Martijn in hoofdstuk 13) |
