Hoofdstuk 25 Vreemde geluiden

Met vraag 9


“Waar ben ik nou weer verzeild geraakt!?”
“Hallo, is daar iemand?”
“Hallo?”
“Ik hoor je haast niet door dat stomme getik! Waar ben je?”
“Deze kant uit.”
“Is er hier geen licht?”
“Geen idee. Je klinkt nu weer verder weg. Wie ben jij eigenlijk?”
“Ik versta je niet meer! Au! Godverdomme! Wat is dit voor doolhof!?”
“Dit is het labyrint van de geest met kloven zo diep als de Grand Canyon.”
“Wie zei dat!? Met hoevelen zijn we hier eigenlijk?”
“Als iedereen nou eens even zijn of haar mond houdt! Orde!”
“Oké.”
“Ik ben Lisa.”
“Lisa? Ken ik jou niet, by the way?”
“Dit lijkt wel een parodie op Alice in Wonderland.”
“Het is niet meer dan een vlaag tegenwind die in het niets verdwijnt.”
“In het niets mag alles! Ik wil met je vrijen!”
“Pardon?”

“Woorden,
..Beelden,
..Ze roepen associaties op,
..Gehecht aan drijfzand…”

“Zeg, hou eens op met die opgefokte taal!”
“Neem maar van mij aan dat elk woord is er een teveel is. En het maakt niet uit wie wat zegt, want de wetten van de logica gelden hier nauwelijks.”
“Nauwelijks?”
“Hé, ik zie licht in de verte. En daar staat een lachspiegel. Moet je kijken! Ben ik dat?”
“Nee, dat ben ik! Er staat een bordje bij: ‘Het is niet de spiegel die vervormt’.”
“Wat blijft er dan over van al onze fantasieën?”
“Dat zal ik je vertellen met behulp van de volgende koan.”


Mayanda bracht eens een bezoek aan Zenmeester Yih-Lan.
Ze vroeg: Kunt u mij uitleggen hoe ik de waarheid kan vinden?
Hij antwoordde: Ja, dat kan ik niet.
Hoe bedoelt u dat? vroeg Mayanda verbaasd. Kunt u het wel of kunt u het niet vertellen?
Luister, zei de Zenmeester. Hij pakte een vel papier en schreef op de voorkant het woord ‘ja’ en op de achterkant het woord ‘nee’. Vervolgens scheurde hij het vel door midden.
Na een ogenblik stilte zei Mayanda toen: Je kunt het dus wel!


Vraag 9: Wat is de kern van deze koan?


Naar: hoofdstuk 26